Menu
  • en_EN, us_EN
  • nl_NL

Zo controleert u uw autovloeistoffen

dinsdag 31 maart 2015

Weet u of er nog genoeg olie in uw auto zit? Dat is gemakkelijk zelf te controleren. Net als de hoeveelheid koelvloeistof en ruitensproeiervloeistof. Hieronder leest u hoe u dat doet. En hoe u deze vloeistoffen bijvult.

Wat doet olie?
Olie is een smeermiddel dat ervoor zorgt dat de motoronderdelen soepel blijven draaien. Bovendien koelt olie de motor en werkt het als een reinigingsmiddel. Bij een te laag oliepeil kan de motor vastlopen. Bij een te hoog oliepeil kunnen de olieafdichtingen gaan lekken. Daarom is het belangrijk om minstens één keer per maand het oliepeil te controleren. Wacht nooit met het controleren van de motorolie tot het olielampje gaat branden. Dan kan de motor al beschadigd zijn.

Olie controleren en bijvullen

  • Controleer de olie pas als de motor afgekoeld is. Wacht minimaal 10 minuten als u net een rit heeft gemaakt. Dan kan de motorolie naar beneden zakken.
  • Zorg ervoor dat uw auto vlak staat voor een betrouwbare meting.
  • Trek de peilstok uit de motor en maak deze schoon met een pluisvrije doek. In het instructieboekje bij uw auto leest u waar deze peilstok zich bevindt. De peilstok is meestal te herkennen aan zijn opvallende kleur.
  • Steek de peilstok weer terug in de motor en haal hem er dan opnieuw uit.
  • U kunt nu het oliepeil aflezen aan de hand van twee kleine inkepingen in de oliepeilstok: het minimumniveau en het maximumniveau voor de olie. Het ideale niveau is het niveau precies tussen deze inkepingen. Bij een lager niveau is tijd om olie bij te vullen.
  • Gebruik de juiste olie. Welke olie dit is, leest u in het instructieboekje bij uw auto.
  • Vul beetje bij beetje bij, waarbij u steeds opnieuw het oliepeil afleest. Zo voorkomt u dat u te veel bijvult. Dat is schadelijk voor de motor. Vul bij tot het oliepijl tussen de bovenste en onderste inkeping staat. Neem voor de zekerheid altijd een liter motorolie mee.

Wat doet koelvloeistof?
Koelvloeistof zorgt er samen met de radiateur voor dat de motor op de juiste temperatuur blijft en zo optimaal presteert. Daarnaast beschermt koelvloeistof de motor tegen roest en dempt het geluid. In de winter voorkomt koelvloeistof dat het motorblok bevriest. Moderne koelvloeistoffen gaan een autoleven mee. Toch is het belangrijk om regelmatig uw koelvloeistof te controleren. Autorijden met te weinig koelvloeistof kan uw motor namelijk beschadigen. Controleer het koelvloeistofpeil daarom één keer per maand, bijvoorbeeld tegelijk met het oliepeil.

Koelvloeistof controleren en bijvullen

  • Laat net als bij het controleren van het oliepeil eerst de motor afkoelen. Anders is de vloeistof nog heet, wat tot brandwonden kan leiden.
  • Zorg ervoor dat de auto vlak staat.
  • Lees het niveau van de koelvloeistof af. Dit kan meestal op de tank waarin de vloeistof zit. Hierop staan twee indicatiestreepjes: voor het minimumniveau en het maximumniveau. Bevindt de vloeistof zich onder het minimumniveau, dan is het belangrijk dat u de koelvloeistof bijvult.
  • Gebruik de juiste vloeistof. Deze staat aangegeven in het instructieboekje bij uw auto. Gaat het om een noodgeval? Dan mag u ook water gebruiken. Dit moet u wel zo snel mogelijk vervangen door de goede koelvloeistof. Moet u regelmatig koelvloeistof bijvullen? Dan is er misschien sprake van een lek in het koelsysteem. Laat dit dan onderzoeken bij uw garage.

Wat doet ruitensproeiervloeistof?
Ruitensproeiervloeistof is zoals de naam al zegt nodig als u uw ruitensproeier activeert. Deze spuit de vloeistof op uw autoruit, waarna de ruitenwissers uw vieze ruit schoonmaken. Is de tank met ruitensproeiervloeistof leeg, dan kan dat een gevaarlijke situatie opleveren. De ruitenwissers trekken dan flinke strepen, waardoor uw zicht nog slechter wordt. Daarom is het belangrijk geregeld het niveau van uw ruitensproeiervloeistof te controleren. Vooral in de winter als er pekel op de weg ligt. Dat maakt uw ruiten sneller vuil.

Ruitensproeiervloeistof controleren en bijvullen

  • Kijk in het instructieboekje waar het ruitensproeierreservoir zit. Dat is vaak te herkennen aan een grote blauwe dop met daarop een autoruit met straaltjes water.
  • Vul het reservoir bij. U hoeft geen niveaus te controleren. U kunt het reservoir helemaal vullen.
  • Gebruik de juiste vloeistof: in de zomer de zomervariant en in de winter de wintervariant. Deze laatste bevat antivries.
  • In de zomer kunt u water gebruiken, maar dat werkt wel minder goed. Gebruik geen water in de winter, want dat kan bevriezen. Neem altijd een reservefles met ruitensproeiervloeistof mee.

Bron: Allianz Drife Safely, 27 maart 2015