Menu
  • en_EN, us_EN
  • nl_NL

Loondoorbetaling en re-integratieverplichtingen

woensdag 5 maart 2014

Werkgevers mogen wel eens mopperen over de lengte van de periode van verplichte loondoorbetaling bij ziekte in Nederland. In 2004 is deze periode verlengd van 1 naar 2 jaar. En 104 weken is inderdaad best lang. Deze lengte heeft echter een belangrijke reden: het voorkomen van WIA-instroom.

De verlenging van de loondoorbetalingsperiode en de re-integratieverplichtingen uit Wet verbetering poortwachter worden gezien als de grote successen achter de verlaging van ziekteverzuim en instroom in de arbeidsongeschiktheidswetten. Zowel werkgevers als werknemers hebben re-integratieverplichtingen. Deze zijn niet vrijblijvend; zo mag een werkgever de loondoorbetaling aan een zieke werknemer stopzetten als deze niet voldoet aan zijn re-integratieverplichtingen.

Sanctie stopzetten loondoorbetaling
De sanctie van stopzetten van loondoorbetaling is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Daarin staat samengevat dat een werknemer die zonder goede reden geen passende arbeid verricht of meewerkt om passend werk te krijgen, geen recht heeft op loondoorbetaling. Over deze sanctie is vaak verschil van mening en er zijn dan ook veel rechtszaken geweest over het stopzetten van loondoorbetaling. Zo ook eind vorig jaar toen een kantonrechter zijn oordeel uitsprak over een geschil tussen een werknemer en zijn voormalige werkgever. In deze zaak ging het over een zieke werknemer die arbeidsongeschikt was geraakt en volgens de bedrijfsarts in staat was om passend werk te verrichten voor een beperkt aantal uur per week. Omdat de werknemer deze passende arbeid niet aanvaardde, is de loonkraan door de werkgever volledig dichtgedraaid.

Wordt vervolgd
De vraag is nu of de werkgever juist heeft gehandeld om de volledige loondoorbetaling stop te zetten. Deze werknemer kon volgens de bedrijfsarts enkele uren passend werk verrichten. Moet dan niet alleen voor die uren geen loon betaald worden? Het blijkt een zeer lastige vraag waar rechters tot nu toe geen eensluidend oordeel hebben kunnen vellen. De rechter die de bewuste zaak behandelt, heeft daarom de Hoge Raad om advies gevraagd. We moeten dus nog even op uitsluitsel wachten. En de ex-werknemer op zijn centen.

Bron: Reaal, 3 maart 2014