Menu
  • en_EN, us_EN
  • nl_NL

Onnodig lastige regels pensioenleeftijd 66 11/12 jaar

maandag 9 maart 2015

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst (CAP) kwam onlangs met een uitbreiding op de tabel met opbouwpercentages voor een pensioenregeling met een pensioenrichtleeftijd vóór 67 jaar. Deze uitbreiding betreft een pensioenleeftijd volgens de pensioenregeling van 66 11/12 jaar. Volgens Aegon Adfis is dit een teken dat de overheid de weg kwijt is.

Opbouwpercentages bij pensioendata vóór 67 jaar
Sinds 1 januari 2015 is de jaarlijkse pensioenopbouwruimte beperkt tot ten hoogste 1,875% voor middelloonregelingen en ten hoogste 1,657% voor eindloonregelingen. Het uitgangspunt daarbij is een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar. Voor pensioeningangsdata vóór 67 jaar publiceerde het CAP in de loop van 2014 (actuarieel herrekende) percentages. Aan die percentages voegde het CAP op 23 januari 2015 een extra percentage toe: een percentage voor de pensioenleeftijd van 66 11/12. De opbouwpercentages voor ouderdomspensioen ingaande op 66 11/12 jaar zijn te gebruiken in de situatie dat de uitkeringen van het ouderdomspensioen ingaan op de eerste dag van de maand waarin de pensioengerechtigde 67 jaar wordt. Ook in die situatie mag het op te bouwen pensioen niet hoger zijn dan het op basis van actuariële grondslagen naar de lagere pensioenrichtleeftijd herrekende fiscaal maximale ouderdomspensioen ingaande op 67 jaar.

Commentaar Aegon Adfis
Volgens de letter van de wet heeft de overheid (het CAP) gelijk. De Pensioenwet gaat al jaren uit van een pensioeningangsdatum op de verjaardag. Tot 2014 was dat de 65ste verjaardag, vanaf 2014 de 67ste. De verdere beperking van het Witteveenkader per 1 januari 2015 brengt daarin geen verandering. Wat is de aanleiding om daarvan in 2015 een punt te maken? Het verschil tussen het opbouwpercentage voorbij een pensioenleeftijd van 66 11/12 jaar ten opzichte van het opbouwpercentage bij 67 bedraagt bij een middelloonregeling 0,012% per jaar. Bij een modaal inkomen (pensioengrondslag van ongeveer EUR 22.000,--) bouwt iemand met een pensioeningangsdatum op de eerste van de maand jaarlijks EUR 2,64 minder pensioen op dan degene wiens pensioeningangsdatum precies ligt op zijn 67ste verjaardag. Dit leidt tot een belastingderving van gemiddeld maar liefst 1 euri per jaar! Weegt dat op tegen de extra uitvoeringskosten die pensioenuitvoerders moeten maken om dit in hun administratie te implementeren? Uitvoeringskosten die ofwel leiden tot lagere pensioenen en dus lagere belastingopbrengsten in de toekomst, ofwel tot hogere premie en dus lagere loon- en vennootschapsbelastingopbrengsten in het heden. Is dat de bedoeling van de overheid?

Reactie op Kamervragen
Naar aanleiding van deze opmerkelijke wijziging van de regels, kreeg Staatssecretaris Wiebus vragen in de Tweede Kamer. De nieuwe regels blijven echter zoals ze zijn. Aegon Adfis is ontzet, vooral omdat niemand hier beter van wordt: de deelnemers niet, de overheid niet en de pensioenuitvoerders niet.

Bron: Aegon Adfis, 25 februari 2015