Menu
  • en_EN, us_EN
  • nl_NL

90 jaar / Dirk Dijkstra

maandag 2 september 2019

Dit artikel is geplaatst naar aanleiding van de 90e verjaardag van VMD Koster. De tekst is opgesteld door Dick Spelt.

Dirk Dijkstra: van koeien naar verzekeringen

De jaren van grenzeloos vertrouwen en persoonlijk contact

Bijna was Dirk Dijkstra (81) geen assurantieadviseur geworden maar boer. Hij groeide op in Friesland, maar in 1953, hij was toen 14, verhuisden zijn ouders naar Nieuwkoop omdat zijn vader daar adjudant van politie werd. “Ik hielp mee verhuizen en zou daar 10 dagen blijven. Ik vond het daar verschrikkelijk. Ik had zo’n heimwee dat ik na 5 dagen weer naar Friesland terug ben gegaan. Tegen mijn ouders zei ik : al krijg ik een miljoen, dan zou ik nooit in Nieuwkoop willen wonen. Toch heb ik er uiteindelijk 38 jaar gewoond.”

Als 10-jarige jongen zat hij al koeien te melken en werkte vanaf de lagere school in vaste dienst bij de boer. Hij werkte van vier uur in de morgen tot zeven uur in de avond, 7 dagen per week, in het eerste jaar voor 10 gulden per week. Hij bekwaamde zich in het melken en gaf later les in het hand- en machinaal melken aan boerenzonen. Hij was in hart en nieren boer. Maar door het zware werk en ziekte moest hij het boerenvak vaarwel zeggen.

Via zijn vader kwam hij in contact met de directeur van een timmerfabriek die iemand zocht voor hun woningbureau en een verzekeringsportefeuille, die zij privé hadden opgebouwd. Huurincasso van de gemeentewoningen van Nieuwkoop en veel woningen van welgestelde particulieren was de hoofdmoot. De verzekeringen waren gewoon bijzaak.

Huurincasso en premie innen

Toen hij daar in 1963 kwam werken, waren de kwitanties van de verzekeringen vanaf 1957 niet geïncasseerd. Dijkstra ging cursussen volgen en met zijn aanleg voor punctualiteit (‘dat heb ik van mijn vader’) maakt hij zich het vak snel eigen. Op 1 november 1967 nam hij het assurantiekantoor over voor 10.000 gulden. Ook de huurincasso bleef hij doen. “Ik kreeg één procent van de geïncasseerde huren. Mijn kantoor dreef als het ware op die incasso. Toen in 1972 de acceptgiro werd ingevoerd, raakte ik in één keer bijna de helft van mijn omzet kwijt.” De eerste zeven jaar had hij kantoor aan huis en daarna resideerde hij op een karakteristieke plek in Nieuwkoop. Op het Rechthuisplein naast het bruggetje naar de Hervormde kerk.

In de nacht naar huis

De man die ooit agrarisch bedrijfsleider was met als specialisatie stamboekvee, voelde zich in zijn nieuwe rol wonderwel thuis. “Ik heb nooit geen dag, geen uur gedacht: waar ben ik aan begonnen. Om acht uur was ik ’s morgens op kantoor en elke avond tot in het nachtelijk uur op acquisitie. Er was in die jaren heel veel persoonlijk contact. Ik vond het werk interessant maar ongelooflijk intensief. Op zaterdag werkte ik tot 12 uur. Werkweken van 70 uur waren normaal. De bezoeken waren ook zeer tijdrovend.”

Computer met 10 MB

Herman Broere nam zijn kantoor in 1999 over. “Ik mocht hem graag en wij begrepen elkaar. Hij zei: ‘je kunt een ton per jaar krijgen’. Maar ik wilde een vast bedrag en verder niks. Ik heb een jaar lang pro deo met hem meegedraaid, klanten bezocht, verzekeringen afgesloten en klanten naar hem toe gehaald. Het was toen nog de tijd van de kaartenbakken.” Na de kaartenbakkentijd ging het snel. Dijkstra verbaast zich nog over het enorme tempo van de stroomversnelling aan veranderingen in de branche, niet in de laatste plaats op het terrein van de automatisering. “Ik kocht mijn eerste computer met een opslagcapaciteit van, hou je vast, 10 MB. Die kostte overigens ongeveer 7.000 gulden.”

Bromfietsplaatje

Onder de vlag van Dijkstra en Broere kwam het bedrijf onmiddellijk in een nieuwe fase. “Ik had altijd alleen gewerkt maar nu zaten ze met hun drieën: Herman, een medewerker, een baliejuffrouw en dan werkte ik ook nog mee. De communicatie met de klanten en het personeel is nu wel veel makkelijker geworden. Via de mail kun je je relaties en je collega’s simpel op de hoogte houden. In mijn tijd ging alles puur via persoonlijk contact, van aangezicht tot aangezicht. Het gaat tegenwoordig ook om veel grotere bedragen. Ik reed nog voor een bromfietsverzekering van ƒ 17,50 van Nieuwkoop naar Nieuwveen heen en terug. Om dat bromfietsplaatje af te geven. Dat is nu natuurlijk een lachertje. Aan de andere kant had je ook toen wel eens een goede dag dat je een pensioenpolis afsloot en dat je tegen jezelf kon zeggen: ik heb vandaag 10 mille verdiend. Maar daar was je vaak een jaar mee bezig om dat rond te krijgen.”

Vertrouwen

“De tijd waarin ik werkte was een heel andere tijd, maar ook een mooie tijd. Mensen hadden een onbegrensd vertrouwen in andere mensen, maar ook in organisaties, zoals de verzekeraars. Daar profiteerde de hele branche van. Ik had rond de tien portefeuilles, waarvan Nationale Nederlanden en Zwolsche Algemeene de grootste waren, verzekeraars met een goede naam bij het publiek. Niet ten onrechte trouwens. Een klant van mij vertelde eens dat hij veel nieuwe apparatuur had gekocht en een t.v. Ik maak een afspraak met hem om de inboedelverzekering aan te passen. Die avond rij ik langs zijn huis, blijkt het in de brand te staan. Om een lang verhaal kort te houden; er was een gat van 40.000 op de woonhuis en inboedelpolis. Maar na één telefoontje van mij naar Nationale-Nederlanden waarin ik alles heb uitgelegd, werd er gewoon 40.000 gulden naar hem overgemaakt. Dat zou nu nooit meer kunnen gebeuren, denk ik.”

“Overigens waren er vroeger ook onbetrouwbare mensen. Ik heb eigenlijk nog heel wat premiegeld tegoed van mensen die plotseling verdwenen. Gescheiden en plotseling spoorloos. Achteraf ben ik misschien te goed van vertrouwen geweest.”

Geen levenpolis

Aanvankelijk verkocht hij veel schadeverzekeringen. “De eerste tien jaar heb ik bijvoorbeeld nooit een levensverzekering verkocht. Daarna heb ik mij wel meer op levensverzekeringen gericht en vervolgens ook op pensioenverzekeringen.” De verkoop van levensverzekeringen was ook niet altijd zonder hindernissen, vertelt hij. “Je had er veel voorwerk aan, soms was dat een tijdrovend proces. Op een kwade dag was alles rond op de handtekening van de accountant na en wie gaat er uiteindelijk met de buit van door: de accountant. Voor mij een schade van 15.000 gulden provisie. Ook dat heb ik meegemaakt.” Het was ook een tijd dat inspecteurs van verzekeraars nog vaak op bezoek kwamen. “Als wij goede zaken hadden gedaan, gingen wij uitgebreid eten bij Avifauna.”

Persoonlijk contact

Persoonlijk contact was in die jaren de basis van het assurantievak. “Je ging op bezoek om je klanten voor te lichten. Het was een periode waarin je als tussenpersoon echt adviseur kon zijn op een heleboel terreinen. Tegenwoordig oriënteren mensen zich eerst op de computer. Logisch, dat doe ik zelf ook.“

Tijdens de tweede helft van zijn carrière moest Dijkstra zich ook nog bekwamen op het gebied van de automatisering. Hij ging computercursussen volgen in Den Haag en wist al snel zover te komen dat hij zelf polissen, bijvoorbeeld voor een reisverzekering kon uitdraaien. “Dat was toen een unicum. Ik behoorde bij de eerste dertig kantoren die in 1991 een certificaat kregen van het Assurantie Data Netwerk (ADN). Prijzig was het wel. Ik heb, denk ik, toen wel een paar ton uitgegeven aan automatisering. Ook de contacten met het Assurantie Centrum Tussenpersonen (ATC) moest je uiteraard betalen. Je zat zo aan 15, 16.000 gulden.”

Toch weer dit vak

Zou hij, als hij in deze tijd jong was nog voor een loopbaan als assurantieadviseur kiezen. “Waarom niet”, zegt hij. “Het is geen makkelijk vak en ook nog heel tijdrovend en intensief. Aan de andere kant heb ik altijd van dit werk genoten en zeker van de contacten met mensen. Persoonlijk advies staat nu onder druk en zal misschien bijna verdwijnen, maar ik heb wel ideeën op dit terrein en zou het als een uitdaging zien om nieuwe mogelijkheden te ontdekken om met eventuele klanten in gesprek te komen. De noodzaak van persoonlijk contact en advies zal, denk ik, altijd blijven. Dat hebben wij mensen nodig om keuzes en afwegingen te maken, aanvullende informatie te verwerven, onze mening te toetsen of inspiratie op te doen. Voor onze beroepsgroep opent dat uiteindelijk toch weer perspectieven.”